Coping
Omgaan met problemen
Mensen reageren verschillend als zij met
problematische gebeurtenissen te maken krijgen. Hoe men op zo’n situatie
reageert hangt sterk af van de aard en de ernst van het probleem en de situatie
waarin men zich bevindt. Toch reageren mensen over het algemeen vaak op een
eigen specifieke wijze.
Coping
verwijst naar cognitieve en gedragsmatige strategieën die mensen gebruiken om
met probleem situaties om te gaan. (Lazarus en Folkman 1984) In het stress
onderzoek neemt coping een belangrijke plaats in. (Tellegen en Winnubst 1986).
Copinggedrag
is een procesmatig gedrag waarbij structurele eigenschappen van de persoon en
omgeving herkenbaar zijn.
Uit onderzoek is gebleken dat lichamelijke en psychische stoornissen veroorzaakt
kunnen worden door het regelmatig gebukt gaan onder ingrijpende slepende
probleem situaties. (Alswin 1994).
Hier wordt duidelijk gesproken over “kunnen”. Niet iedereen die bloot staat aan
psychische druk zal een lichamelijke of psychische stoornis ontwikkelen.
Er zijn vele factoren te noemen die een rol spelen bij het ontstaan van
stoornissen na een stressvolle gebeurtenis. Belangrijke factor hierbij is de
wijze van waarneming, interpretatie en reactie van het individu. Deze
zijn zeer persoonsgebonden. Een bepaalde gebeurtenis wordt door een persoon
geïnterpreteerd en geëvalueerd. De beoordeling van de gebeurtenis bepaalt of het
stressvol was of niet. Iedere emotionele beoordeling gaat gepaard met
bio-fysiologische veranderingen.
Na de beoordeling van een probleem volgt de reactie, de coping.
Coping
is de manier waarop iemand zowel gedragsmatig, cognitief als emotioneel op
aanpassing vereisende omstandigheden reageert.
Het is een proces dat uit vele afzonderlijke componenten bestaat, constant
verandert en afhankelijk is van nieuwe omstandigheden en ervaring.
Coping als probleemoplossend gedrag heeft een bepaalde effect. Het resultaat kan
wel of niet effectief zijn. Door het effect, dat een bepaald probleem-oplossend
gedrag heeft, kan beoordeeld worden of het een adequate of een inadequate vorm
van coping betreft.
Bij effectief copinggedrag zal men gezondheidsklachten beter kunnen voorkomen,
het welzijn in standhouden of bevorderen. In sociaal opzicht voelt men zich
prettig en de zelfwaardering wordt versterkt. Hierdoor is het interessant te
weten welk copinggedrag effectief is of niet. Aangezien de effectiviteit van
coping mede bepaald wordt door de situatie,( de duur, de context, de personen
enz.) is het niet mogelijk om van te voren een absolute norm te stellen voor
effectieve copingstijlen. Met andere woorden: adequate coping is
situatie-afhankelijk.
Een ernstige ziekte is een voorbeeld van een noodsituatie die sterk beroep doet
op de copingvaardigheden van de betrokkene(n). Bij het omgaan met een ernstige
ziekte zijn specifieke copinglijsten ontwikkeld, zoals de verschillende
copinglijsten bij pijnklachten en de astma copinglijst.
De wijze waarop men met een chronische ziekte omgaat is van belang voor het
beloop van deze ziekte. Het heeft invloed op het hanteerbaar maken van de
ziekte, het voorkomen van verergering van de ziekte en het bevorderen van
herstel van de zieke persoon. Niet alleen het omgaan met de ziekte maar ook de
interactie van en met de omgeving (familie, collega’s) heeft invloed op de
ziekte en herstel. Een ernstige ziekte kan men zien als een catastrofe waarbij
de zieke en zijn familie gedwongen worden zich te heroriënteren op de toekomst.
Aanpassen (coping) op de veranderde omstandigheden is op velerlei wijzen
mogelijk.
De verschillende copingstijlen worden in de literatuur verschillend
onderverdeeld zoals:
·
Probleem gericht c.q. emotie gericht.
·
Probleem gericht c.q. oplossing gericht
·
Actief c.q. passief
De UCL (Utrechtse Coping lijst P.J.G. Scheurs e.a. 1993) verdeelt de
copingvormen in drie categorieën:
1.
Gericht op de probleemsituatie ( het veranderen van
een probleemsituatie)
2.
Gericht op de beïnvloeding van de perceptie en
evaluatie ( het veranderen van de reacties door de waarneming en de
interpretatie te veranderen)
3.
Gericht op de arousal reductie ( de nare gevoelens
verzachten met middelen, zoals roken en drinken)
De meeste van deze copingvormen komen
tegelijkertijd voor en zijn wisselend in aanwezigheid. In het dagelijks leven
zijn de verschillende copingvormen ook vaak moeilijk van elkaar te
onderscheiden. De verschillende copingvormen beïnvloeden elkaar. Wijzigingen in
de situatie beïnvloeden de copingvormen en de perceptie beïnvloedt de
copingvormen.
Binnen de verschillende copingvormen zijn een zevental categorieën beschreven:
1.
Probleemoplossing
2.
Wishful Thinking
3.
Probleemvermijding
4.
Sociale Steun Zoeken
5.
Cognitieve Herstructurering
6.
Zelfkritiek
7.
Emotionele Expressie
Verschillende functies van coping (UCL).
1.
Coping als defensie mechanisme.
Deze treden op bij angstverwekkende situaties waartegen men niets kan doen.
Defensie mechanismen zorgen ervoor dat men de situatie “anders” waarneemt. Zij
beschermen tegen waarneming en interne spanningen
2. Coping als persoonlijkheidskenmerk.
De individuele consistente (gedragsmatig en cognitieve) benaderingswijze bij
verschillende probleemsituaties. Hierbij wordt vaak gesproken over copingstijl.
De coping stijl wordt gevormd door ervaring, persoonlijkheidskenmerken en
gedragstijlen. Een copingstijl is een individuele voorkeur voor bepaalde
combinaties van copingvormen in verschillende situatie
3. Coping als inter-actioneel proces.
Het woord coping geeft mogelijk de indruk dat het een statische toestand
betreft, maar het is een proces dat zich in de tijd afspeelt. Het is een
inter-actioneel proces tussen de persoon en zijn omgeving.
Copinggedrag is situationeel afhankelijk (situationeel copinggedrag) ofwel
afgestemd op de druk die vanuit de omstandigheden wordt uitgeoefend. Men spreekt
van copingstijl als hetzelfde copinggedrag over meerdere verschillende
gebeurtenissen getoond wordt.
Naarmate iemand dezelfde copingstijl vertoont onder verschillende en sterk
uiteenlopende omstandigheden kan deze copingstijl meer rigide genoemd worden.
Effectiviteit van coping
De wijze van omgaan met belastende
gebeurtenissen is van invloed op het psychisch, fysieke en sociaal welzijn van
mensen. Dit betekent dat sommige copingstijlen effectiever zijn dan andere. Een
effectief probleemoplossend vermogen heeft een positieve invloed op de
gezondheid en het psychisch functioneren van een persoon. Dit betekent dat
flexibiliteit van het copinggedrag en het uitbreiden van de copingvaardigheden
een gunstige invloed hebben op de gezondheid en welzijn van de mens en effectief
copinggedrag gezondheidsklachten helpt voorkomen.
De effectiviteit van copinggedrag is alleen
te meten binnen een bepaalde context. Coping strategieën die op het ene moment
succesvol zijn, kunnen op het andere moment niet succesvol blijken te zijn. In
de gebeurtenissen zijn te veel variabelen die van invloed zoals: de duur van de
gebeurtenis, de plaats, de tijd, frequentie, intensiteit, voorspelbaarheid en
controleerbaarheid van het moment enz. Ook de duur van het effect is niet
voorspelbaar. Een goede coping strategie kan op korte termijn een
probleemoplossend zijn terwijl deze op langere termijn niet effectief kan
zijn. De persoonlijke eigenschappen spelen uiteraard ook een rol: de
ervarenheid, de empathie, motivatie‘.
Het copinggedrag wordt ook wel onderverdeeld in vier hoofd categorieën
1. Gedrag dat gericht is op de situatie: confrontatie, vermijding, niets doen.
2. Gedrag dat gericht is op het beïnvloeden van de perceptie en evaluatie: optimisme, aanvaarding, berusting, pessimisme, catastrofereen
3. Gedrag dat gericht is op de reductie van spanning
4.
Het uiten van emoties
Deze vier hoofdcategorieën van copinggedrag
worden in de uiteindelijke utrechtse copinglijst onderverdeeld in zeven
verschillende schalen.
1. Actief aanpakken:
de situatie rustig van alle kanten bekijken, de zaken op een rijtje zetten,
doelgericht en met vertrouwen te werk gaan om het probleem op te lossen
2. Palliatieve reactie:
afleiding zoeken, zich met andere dingen bezig houden om niet aan het probleem
te hoeven denken, proberen zich wat prettiger te voelen door te roken te drinken
of zich wat te ontspannen.
3. Vermijden:
afwachten: de zaak op zijn beloop laten de situatie uit de weg gaan of afwachten
wat er gaat gebeuren.
4. Sociale steun zoeken:
het zoeken van troost of begrip bij anderen, zorgen aan iemand vertellen of hulp
halen.
5. Passieve reactie patroon:
zich volledig door de problemen en de situatie in beslag laten nemen, de zaak
somber inzien, zich piekerend in zichzelf terugtrekken, niet instaat zijn om
iets aan de situatie te doen, piekeren over het verleden.
6. Expressie van emoties:
het laten blijken van ergernis of kwaadheid, spanningen afreageren.
7. Geruststellende en troostende
gedachten hanteren: zichzelf
geruststellen met de gedachte dat na de regen zonneschijn komt, dat anderen het
ook wel eens moeilijk hebben of dat er nog wel een s ergere dingen gebeuren
jezelf moed inspreken.
Er zijn verbanden te leggen tussen copingstijlen en persoonlijkheidskenmerken
waarmee gezegd kan worden dat typische vormen van coping een bepaalde
persoonlijkheidstijl kenmerken. Er is bijvoorbeeld een relatie te leggen tussen
coping en personen met psychosomatische stoornissen. In een vergelijkend
onderzoek met mensen die geen enkele psychosomatische aandoening hadden scoorden
mensen met psychosomatische klachten op alle punten hoger. Zij scoorden
significant hoger op de punten: Palliatieve reactie, vermijden, sociale steun
zoeken en expressie van emoties.
Ook is enig verschil te herkennen in coping tussen mannen en vrouwen in
werksituaties. Mannen geven de voorkeur aan cognitieve strategieën, vrouwen aan
gedragsmatige en cognitieve strategieën. In thuis situaties en bij
gezondheidsproblemen zijn er geen verschillen in coping tussen mannen en vrouwen
geconstateerd.
Leeftijd speelt ook een rol bij coping. Op latere leeftijd lijken mannen
problemen minder actief aan te pakken en meer cognitieve strategieën te
gebruiken. Ook vrouwen hebben een groter passief reactiepatroon en reageren
meer met geruststellende gedachten.
Personen met een lager opleidingsniveau scoren lager op actief aan pakken en
sociale steun zoeken. Op de andere punten is er geen significant verschil.
Vragenlijst Aangaande Coping met
Specifieke Situaties of Symptomen (VACSS)
Deze vragenlijst bestaat uit zelfbeschrijvingsvragen. Ook hier gebruikt men
zeven verschillende schalen en meet men coping in een specifieke situatie. :
1.
Sociale steun zoeken / uiten van emoties
2.
Probleemgerichte coping
3.
Cognitieve gerichte coping
4.
Vermijding
5.
Wensdenken
6.
Afleiding zoeken
7.
Algemene vragen
De Ways of Coping Checklist (WVS
Lazarus en Folkman) bestaat eveneens uit zeven verschillende schalen:
1.
Planmatig en rationeel te werk gaan
2.
Zichzelf de schuld geven
3.
Afstand nemen
4.
Dagdromen en wegvluchten in fantasie
5.
Gevoelens laten blijken en sociale steun zoeken.
6.
Positief denken persoonlijke groei humor
7.
Wensdenken en emotioneel reageren
| UCL | VACSS | WCC | |
|
1 |
Problemen aanpakken/confroteren |
Probleemgerichte coping |
Planmatig en rationeel te werk gaan |
|
2 |
Palliatieve reactie/afleiding zoeken |
Afleiding zoeken |
Dagdromen/wegvluchten in fantasie |
|
3 |
Afwachten/vermijden |
Vermijding |
Afstand nemen |
|
4 |
Zoeken van sociale steun |
Sociale steun zoeken/uiten van emoties |
Gevoelens laten blijken/sociale steun zoeken |
|
5 |
Depressief reageren |
/ |
Zichzelf de schuld geven/zichzelf verwijten maken |
|
6 |
Uiten van emoties/ boosheid |
Wensdenken |
Wensdenken/emotioneel reageren |
|
7 |
Geruststellende gedachten |
Cognitief gerichte coping |
Positief denken/persoonlijke groei/humor |
Overgenomen
uit:Tijdschrift .Klin. Psych 26e jrg.,nr 1 maart 1996
Op basis van de drie copinglijsten ( UCL,VACSS, WCC) heeft de afd. psychodiagnostiek van de KU te Leuven een nieuwe lijstgeformuleerd en op validiteit onderzocht de Leuvense copinglijst (LCL). Ook deze lijst bestaat uit zeven schalen.
1. Sociaal reageren: steun zoeken en emoties uiten; De zorgen met iemand delen andere mensen de gevoelens tonen.
2. Niets doen: afwachten, de situatie aanvaarden en het probleem vermijden; de zaak op zijn beloop laten, zich erbij neerleggen.
3. Afleiding zoeken: nieuwe activiteiten zoeken om niet aan het probleem te hoeven denken en afleiding zoeken om de spanning te doorbreken.
4. Positief denken: de zaak van de zonnige kant bekijken en zich gerust stellen doordat het wel mee zal vallen.
5. Wensdromen en cognitief gericht reageren: hopen dat het in de toekomst beter gaat en dat alles goed komt.
6. Destructief reageren en het uiten van kwaadheid: zin om alles stuk te slaan en dat niet doen, agressief worden.
7. Gericht reageren: het probleem stap voor stap aanpakken, informatie zoeken bij anderen.
Literatuur
Categoriseren van copingstrategieën: naar een
nieuw Nederlandstalige coping vragenlijst.
H Vertommen, P.Bijttebierem W. Franwquet
Tijdschrift klinische psychologie 26e jaargang nr 1 maart 1990
· De Utrechtse coping Lijst: UCL Omgaan met problemen en gebeurtenissen.
P.J.G. Scheurs, G. van de Willege, J.F. Brosschot, B.Tellegen, G.M.H. Graus
1993 Swets en Zeitlinger b.v. Lisse
Coping profiel: Hoe reageer ik? Paul Bindels 2002 - IPT reader